Webredactie.nl

Zo schrijf je B1-teksten

janneke belt Zo schrijf je B1 tekstenAls je bij de overheid werkt en ergens het woord ‘afslankingstaakstelling’ leest, wees dan op je hoede; je wordt mogelijk ontslagen! Janneke Belt, contentmanager bij de gemeente Den Haag weet alles van ambtelijke taal. Maar vooral weet zij hoe je de dingen eenvoudig – op B1-niveau – kunt opschrijven. Tijdens de laatste sessie van de Dag van de webredacteur geeft zij tekst en uitleg.

Taalniveaus
Het Common European Framework of Reference onderscheidt een zestal taalniveaus: A1 (basisgebruiker) tot en met C2 (zeer geoefend gebruiker). De taalniveaus zijn in eerste instantie ontwikkeld voor 2de-taal-leerders. Ze zijn bedoeld als een soort Europese meetlat voor het taalniveau van mensen. Zo is het de bedoeling dat inburgeraars taalniveau A2 leren beheersen, zodat zij bij de bakker brood kunnen kopen en een eenvoudig gesprekje met de dokter kunnen voeren.

Taalniveau B1
B1-niveau is het niveau dat het grootste deel van de bevolking begrijpt. In redactiekringen wordt de term steeds vaker gebruikt: ‘Zou je deze tekst in B1 willen schrijven?’. Janneke legt uit dat die zin eigenlijk niet klopt. Het taalniveau is van een gebruiker, niet van een tekst. Beter zou dus zijn: Zou je deze tekst zo willen schrijven dat een B1-lezer ‘m begrijpt? En nog beter: Zou je hiervan een begrijpelijke tekst willen maken?

Eenvoudige woorden
Hoewel een B1-woord dus strikt genomen niet bestaat, zijn er wel kenmerken van zo’n woord te noemen. Ten eerste moet het veel in de taal voorkomen. Om dat te beoordelen, kun je gebruik maken van zogenoemde frequentielijsten. Daarnaast moet het ‘B1-woord’ niet te lang zijn en een letterlijke betekenis hebben. Tenslotte moet je ook jargon proberen te vermijden, tenzij je natuurlijk uitsluitend voor een doelgroep schrijft die dat jargon gebruikt.

Tools
Op zoekeenvoudigewoorden.nl kun je nagaan van welk niveau een woord is. Al is Janneke ‘niet echt fan’ van zulke tools, omdat ze suggereren dat er echt een lijst met B1-woorden bestaat. “Het is een leuke check om aan je baas te laten zien, maar je kunt beter gewoon logisch nadenken,” zegt ze. “Een goed alternatief is om gebruik te maken van Google Adwords of Google Analytics. Zo zie je óók in een oogopslag of een woord vaak wordt gebruikt.”

Eenvoudige zinnen
De tweede stap is eenvoudige zinnen formuleren. Ook hier pleit Janneke voor het gezonde verstand ten gunste van al te strakke regeltjes. “Ingewikkelde leesbaarheidsformules zijn onzin. Wel zin heeft het om een gemiddelde zinslengte van ongeveer 10 tot 15 woorden aan te houden. Ook de zinsstructuur is van belang: eerst het onderwerp, dan de persoonsvorm, gevolgd door de rest van de zin is het makkelijkst om te lezen. Ook passieve zinnen moet je proberen te vermijden, evenals de ‘naamwoordstijl’ (van een werkwoord een zelfstandig naamwoord maken).

Val met de deur in huis!
Tot slot geeft Janneke nog een paar tips die de leesbaarheid van onze teksten zullen bevorderen. Val altijd met de deur in huis, dus zet het belangrijkste bovenaan. Denk bij het schrijven van nieuwsberichten aan de vijf w’s ( wie, wat, waar, waarom en wanneer). En, misschien wel de allerbelangrijkste les van haar presentatie: neem altijd de lezer als vertrekpunt. Een kwestie van inleven dus. En heb je als redacteur een taalvraag? Google ‘m, taal leeft online! Ook Taaladvies.net (van de TaalUnie) en het Groene boekje + Leidraad weten bijna altijd raad.

zaal b1 teksten belt Zo schrijf je B1 teksten

 Zo schrijf je B1 teksten

Over de auteur

Maurits Zijp werkt als webredacteur bij Entopic.

Category: Congres

Tagged: , ,

Laat uw reactie achter

webredactie.nl